Alle artikelen

Ben van Ommen: de architect van de blauwdruk

Van een radio-uitzending naar het BMJ. Van een blauwdruk naar een beweging. Dit is het verhaal van de systeembioloog die zag wat niemand anders zag — en de bouwer die het realiseerde.

Ben van Ommen en Wim Tilburgs op station Helmond


Proloog: Waarom Dit Verhaal

Op 20 maart 2026 vindt in Leiden het symposium “Zorg van de Toekomst” plaats. De aanleiding: het afscheid van twee founding fathers van de Nederlandse leefstijlgeneeskunde. Professor Hanno Pijl, internist-endocrinoloog aan het LUMC. En Dr. Ir. Ben van Ommen, systeembioloog bij TNO.

Over Hanno schreef ik eerder. Maar het verhaal van Ben is nog niet verteld. En dat is onrechtvaardig. Want zonder Ben’s blauwdruk had ik niet geweten wát ik moest bouwen.

Dit artikel is een eerbetoon aan de man achter de architectuur. Aan de wetenschapper die in 2018 beschreef wat wij in 2026 pas volledig kunnen bouwen. En aan een samenwerking die niet eindigt met zijn afscheid — Ben blijft als lid van onze medisch-wetenschappelijke adviesraad de koers bewaken. Hanno is bestuurslid geworden van Stichting JLAM.

Ze gaan niet weg. Ze komen dichterbij.


De Radio-uitzending

In die radio-uitzending op EenVandaag in 2017 zat nog iemand naast Hanno. Iemand die minder bekend is. Iemand die minder op de voorgrond treedt. Iemand die niet spreekt vanuit de spreekkamer, maar vanuit het laboratorium. Vanuit de systeembiologie. Vanuit de wiskunde van gezondheid en ziekte.

Ben van Ommen. Onderzoeker bij TNO. Systeembioloog.

Terwijl Hanno sprak over wat hij zag in zijn spreekkamer — de frustratie, de pillen die niets oplosten, de patiënten die langzaam aftakelden — sprak Ben over iets anders. Over systemen. Over economie. Over technologie. Over de architectuur van een oplossing die nog niet bestond.

En toen zei hij het woord dat alles veranderde.

“Die leefstijl gerelateerde ziekten kunnen ook weer genezen worden met de leefstijl. Ze zijn omkeerbaar.”

Omkeerbaar.

Niet beheersbaar. Niet chronisch. Niet levenslang pillen.

Omkeerbaar.

Ik luisterde en voelde een schok van herkenning. Want ik wist dat het waar was. Ik had het zelf meegemaakt. Twee jaar eerder, in 2015, had ik mijn eigen diabetes type 2 omgekeerd. Van 125 kilo en insuline-afhankelijk naar 85 kilo en medicijnvrij. In vijf maanden.

Maar nu hoorde ik een wetenschapper van TNO hetzelfde zeggen. Niet als anekdote. Als wetenschap.

Dit is het verhaal van Ben van Ommen. De man die de blauwdruk schreef voor alles wat we daarna zouden bouwen.


Deel 1: De Systeemdenker

Hoofdstuk 1: De Man bij TNO

Om Ben te begrijpen, moet je eerst begrijpen wat een systeembioloog doet.

Een arts kijkt naar een patiënt. Naar symptomen. Naar bloedwaarden. Naar wat er nu kapot is en hoe je het kunt repareren.

Een systeembioloog kijkt naar het geheel. Naar de interacties tussen genen, eiwitten en metabolieten. Naar de dynamiek van biologische systemen. Naar waarom het systeem faalt — niet alleen hoe je het symptoom onderdrukt.

Waar Hanno de spreekkamer had, had Ben het laboratorium. Waar Hanno patiënten zag, zag Ben patronen. Waar Hanno voelde dat het anders moest, wist Ben waarom het anders moest — en kon hij het berekenen.

Ben werkte bij TNO in Zeist. Jarenlang bestudeerde hij de mechanismen van metabole ziekten. Niet om nieuwe pillen te ontwikkelen. Om te begrijpen hoe het lichaam werkt. En wat er gebeurt als het niet meer werkt.

Zijn ontdekking was even simpel als revolutionair: de processen die insulineresistentie veroorzaken zijn — op biologisch niveau — omkeerbaar. Het lichaam is niet kapot. Het lichaam reageert op de verkeerde input. Verander de input, en het systeem herstelt zichzelf.

Dit was geen hypothese. Dit was systeembiologie. Wiskunde. Biochemie. Bewijs.

Hoofdstuk 2: De Radio-uitzending

Het was augustus 2017. Radio EenVandaag. In de studio zaten Ben van Ommen en Hanno Pijl. Mijn reportage — het verhaal van de IT’er uit Helmond die zijn diabetes omkeerde — werd afgespeeld.

En toen begon het gesprek dat de toekomst zou bepalen.

Hanno opende vanuit de kliniek:

“We weten steeds beter dat het overgrote deel van de chronische aandoeningen als diabetes en hartziektes en kanker veel te maken hebben met de manier waarop wij leven.”

Maar het was Ben die het systematisch maakte. Die de emotie vertaalde naar structuur. Die mijn persoonlijke wonder analyseerde als een wetenschappelijk fenomeen.

“Bij Wim Tilburgs werkte een soort bliksemschicht. Hij had de kennis van internet. Dit zal bij ongeveer 3% van de mensen werken.”

Drie procent. Ben noemde een getal. Niet om mijn ervaring te bagatelliseren, maar om het te kaderen. Om de schaal van het probleem zichtbaar te maken. Als slechts 3% het zelf kan — wat doen we met de andere 97%?

En toen rekende hij voor:

“Als iemand rond 55 jaar diabetes krijgt, kost dit de maatschappij minstens 130.000 euro. Bij een leefstijlprogramma zijn de totale kosten 13 keer lager. Rond de 10.000 euro.”

€130.000 versus €10.000. Dertien keer goedkoper. Per persoon.

En de schaal? Die is overweldigend. Volgens het Diabetesfonds hebben 1,1 miljoen Nederlanders diabetes type 2. Nog eens 400.000 weten niet dat ze het hebben. En daar bovenop: 1,4 miljoen Nederlanders met prediabetes — het voorstadium. Dat zijn bijna drie miljoen mensen met diabetes of op weg ernaartoe. Eén op de zes volwassenen.

De economische impact is navenant. Diabetes type 2 kost de Nederlandse economie meer dan een miljard euro per jaar aan productiviteitsverlies alleen. De totale maatschappelijke kosten — directe zorg, complicaties, arbeidsongeschiktheid — lopen op tot bijna zeven miljard euro.

En dit alles bij een ziekte die omkeerbaar is. Die je kunt voorkomen. Die je kunt genezen met leefstijl.

Reken maar mee met Ben’s cijfers. Drie miljoen mensen. €130.000 per persoon als we niets doen. €10.000 als we investeren in leefstijl. Het verschil: honderden miljarden euro’s. Over een generatie.

De presentator vroeg door. En dan kwam de zin die in mijn hoofd bleef hangen. De zin die de rest van mijn leven zou bepalen:

“We willen een systeem bouwen waarin we daar rekening mee houden. Dat zodra mensen afzakken in hun motivatie een alert krijgen door een coach, door een telefoon, door hun echtgenoot of iets dergelijks. De technologieën zijn er bijna allemaal.”

We willen een systeem bouwen.

Niet: we moeten meer onderzoek doen. Niet: we hebben meer subsidie nodig. Niet: dit is complex en er zijn veel stakeholders.

We willen een systeem bouwen.

Hanno sprak vanuit het hart. Ben sprak vanuit de architectuur. Samen vormden ze het complete plaatje.

En ik — de IT’er in Helmond die het interview had gegeven — luisterde en dacht: dat systeem? Dat ga ik bouwen.

Hoofdstuk 3: Wat Ben Anders Maakt

Laat me uitleggen waarom Ben’s perspectief zo uniek was.

In de wereld van leefstijlgeneeskunde zijn er veel artsen die zeggen dat het anders moet. Veel onderzoekers die papers schrijven. Veel beleidsmakers die rapporten produceren.

Maar Ben dacht in systemen. Niet in individuele patiënten, maar in populaties. Niet in behandelingen, maar in ecosystemen. Niet in kosten, maar in verdienmodellen.

In een interview met FarmaMagazine in februari 2018 zei hij iets dat niemand anders durfde te zeggen:

“Ziekte is in ons huidige gezondheidssysteem een verdienmodel.”

Lees die zin nog eens.

Ziekte. Is. Een. Verdienmodel.

De farmaceutische industrie verdient aan pillen. De ziekenhuizen verdienen aan behandelingen. De zorgverzekeraars verdienen aan premies. Het hele systeem is gebouwd op ziekte, niet op gezondheid.

En dan verwachten we dat datzelfde systeem investeert in preventie? In genezing? In leefstijl als medicijn?

Ben zag de fundamentele paradox. En hij durfde het hardop te zeggen:

“Als er niemand geld gaat verdienen aan het gezond maken van mensen, dan gaat die transitie niet gebeuren.”

Dit was geen cynisme. Dit was realisme. Ben begreep dat je een zorgsysteem niet verandert met goede bedoelingen alleen. Je hebt een nieuw verdienmodel nodig. Nieuwe winnaars. Een nieuwe economie.

En die economie — die moest worden ontworpen. Zoals een architect een gebouw ontwerpt. Met een blauwdruk.


Deel 2: De Blauwdruk

Hoofdstuk 4: From Diabetes Care to Diabetes Cure

Op 22 januari 2018 publiceerden Ben van Ommen, Hanno Pijl en een team van wetenschappers een review die alles samenbracht. In Frontiers in Endocrinology. Ben was de eerste auteur.

De titel was een statement:

“From Diabetes Care to Diabetes Cure — The Integration of Systems Biology, eHealth, and Behavioral Change.”

Van diabeteszorg naar diabetesgenezing.

Niet zorgverbetering. Genezing.

Het abstract begon met de zin die de kern vormt van alles wat we sindsdien hebben gebouwd:

“Gezien vanuit onze biologie zijn het merendeel van de processen die insulineresistentie veroorzaken — welke uiteindelijk leiden tot diabetes type 2 — omkeerbaar. Dit maakt de ziekte in principe omkeerbaar en geneesbaar door aanpassing van voedings- en beweegpatronen, vooral als deze in een vroeg stadium van de ziekte worden toegepast.”

Omkeerbaar en geneesbaar.

En toen de aanklacht:

“De huidige gezondheidszorg op het gebied van leefstijlgerelateerde ziekten richt zich niet op het omkeren van de oorzaak van de ziekte, maar eerder op het beheersen van ziekteverloop door het manipuleren van biochemische routes — gluconeogenese door metformine, hepatische cholesterolsynthese door statines, insulinesecretie door sulfonylureas.”

In gewoon Nederlands: we bestrijden symptomen in plaats van oorzaken. We dempen het brandalarm in plaats van de brand te blussen.

En dan de economische realiteit:

“We komen in de situatie dat de zorg voor ziekten te duur wordt, met een aantal belanghebbenden die ofwel financieel profiteren van de status-quo, ofwel moeite doen om het te ingewikkeld te maken.”

Ben beschreef niet alleen het probleem. Hij beschreef de oplossing. In detail. Gepersonaliseerde diagnostiek. eHealth. Gedragsverandering. Peer coaching. Zelfmanagement. Community’s. Technologie.

Hij beschreef een “levensgezel” — een geïntegreerd systeem dat mensen begeleidt. Niet één app. Niet één coach. Een ecosysteem van diensten dat inspeelt op de behoeften van de gebruiker, op het juiste moment, in de juiste taal.

En hij eindigde met een oproep tot actie:

“Invoering van een dergelijke systeembenadering vereist niet alleen een gecoördineerde actie van veel belanghebbenden, maar ook een verandering in de gezondheidszorgeconomie, met nieuwe winnaars en verliezers. We roepen op tot actie om deze verandering ook daadwerkelijk te starten.”

Dit was de blauwdruk. De architectuurtekening. Het masterplan.

Geschreven door een systeembioloog die dacht in systemen, niet in symptomen.

Hoofdstuk 5: De Vertaling

Ik las die review en wist: dit moet naar de mensen. Dit kan niet alleen in een Engelstalig wetenschappelijk tijdschrift blijven dat niemand leest.

Dus vertaalde ik het. Niet letterlijk — een vrije vertaling in begrijpelijk Nederlands. Op de website van Je Leefstijl Als Medicijn. Zodat de mensen in onze community konden lezen wat de wetenschap zei over wat zij zelf al aan het ervaren waren.

Want dat was het bijzondere. De 250 mensen in onze Facebook-groep die elke week hun gewicht, buikomvang en bloedsuiker rapporteerden — zij waren het levende bewijs van wat Ben beschreef.

Ben schreef de theorie. Wij leefden de praktijk.

Hoofdstuk 6: Het Recept naar de Groenteboer

In dat interview met FarmaMagazine ontvouwde Ben zijn complete visie.

Hij beschreef een toolbox die TNO en het LUMC samen ontwikkelden. Een diagnostisch systeem dat niet alleen naar bloedwaarden kijkt, maar naar het hele plaatje: fysiologie, emoties, gedrag en omgeving. HbA1c, maar ook financiële omstandigheden. Eetpatronen, maar ook stressniveaus.

Hij noemde het “360 graden diagnose.”

En hij beschreef iets dat hij “het recept naar de groenteboer” noemde — pilotprogramma’s in Rotterdam en Leiden waar artsen niet alleen medicijnen voorschreven, maar leefstijlverandering. Waar het recept niet naar de apotheek ging, maar naar de groenteboer.

Jongere artsen waren enthousiast, vertelde hij. De Vereniging Arts en Leefstijl, opgericht in 2016, groeide. Maar de oude garde hield vast aan het bekende.

En toen zei Ben iets fundamenteels over de patiënt:

“De patiënt moet de regie nemen over de eigen gezondheid.”

De patiënt moet de regie nemen.

Toen ik dat las, wist ik dat er een woord ontbrak in het Nederlandse vocabulaire. Een woord voor iemand die niet passief afwacht — een patiënt — maar actief de regie neemt.

Ik noemde het een actient.

Professor Hanno Pijl, Dr. Ir. Ben van Ommen en Dr. Stephen Phinney in gesprek tijdens het eerste leefstijlcongres, georganiseerd door TNO en het LUMC

Op de foto: Professor Hanno Pijl, Dr. Ir. Ben van Ommen en Dr. Stephen Phinney in gesprek tijdens het eerste leefstijlcongres, georganiseerd door TNO en het LUMC. Drie pioniers. — Foto: Wim Tilburgs


Deel 3: De Drie Musketiers

Hoofdstuk 7: De Dokter, de Bioloog en de IT’er

Terwijl ik luisterde naar Ben en Hanno, terwijl ik hun review vertaalde, terwijl ik hun lezingen bijwoonde, viel alles op zijn plek.

Hanno bracht de klinische ervaring en de academische legitimiteit. De professor die in zijn spreekkamer zag hoe mensen kapotgingen. Die het niet meer kon aanzien. Die afdaalde.

Ben bracht de systeembiologie en de architectuur. De onderzoeker die niet alleen het probleem begreep, maar ook de oplossing kon ontwerpen. Die in systemen dacht. Die kon berekenen.

En ik? Ik was de IT’er. De bouwer. Degene die al twee jaar bezig was — zonder wetenschappelijke legitimiteit, zonder academische titel, maar met een werkend prototype. Facebook-groepen. Een website. Wandelgroepen in Helmond. Peer support. Community.

De dokter, de bioloog en de IT’er. De drie musketiers, zei ik weleens gekscherend.

Maar het was meer dan een grap. We vulden elkaar aan op een manier die zeldzaam is. Hanno kon de medische wereld overtuigen. Ben kon het systeem ontwerpen. Ik kon het bouwen.

En er was iets wat ons verbond dat verder ging dan expertise. We geloofden alledrie hetzelfde: dat het zorgsysteem fundamenteel moest veranderen. Dat leefstijl het echte medicijn was. Dat patiënten actiënten konden worden.

Hoofdstuk 8: Twee Organisaties, Eén Missie

Op 3 juli 2018 richtten Hanno en Ben het Nederlands Innovatiecentrum voor Leefstijlgeneeskunde (NILG) op. Een samenwerking tussen TNO en het LUMC. Later zou dit Lifestyle4Health worden.

Vijftien dagen later, op 18 juli 2018, richtte ik Stichting Je Leefstijl Als Medicijn op.

Twee organisaties, geboren in dezelfde maand, met dezelfde missie.

Het NILG voor de wetenschap en de politiek. JLAM voor de implementatie en de community.

Bij de oprichting deed ik samen met Hanno de keynote op de allereerste lezing van het NILG. Een professor en een patiënt, zij aan zij op het podium in Leiden.

En op dat congres stond nog iemand. Steve Phinney. De Amerikaanse arts-wetenschapper wiens boek — The Art and Science of Low Carbohydrate Living — mij in 2015 had geïnspireerd om mijn voeding radicaal om te gooien. Het boek dat de bliksemschicht was waar Ben over sprak.

Phinney, de inspirator. Hanno, de klinicus. Ben, de architect. En ik, de bouwer.

De ironie ontging me niet: de man wiens boek mij had gered, stond nu op hetzelfde congres als de wetenschappers met wie ik samenwerkte. De cirkel begon zich te sluiten.

Hoofdstuk 9: De Coalitie

In mei 2019 publiceerden we een opiniestuk in NRC. Niet zomaar een opiniestuk. Een claim:

Het kabinet kan jaarlijks 2 miljard euro besparen op diabeteszorg.

De opstellers: Martijn van Winkelhof, Hanno Pijl, Ben van Ommen, Jaap Seidell en ik. Ondertekend door professors van elk groot academisch ziekenhuis in Nederland. Chirurgen. Cardiologen. Psychiaters. Neuropsychologen.

Ben’s berekening uit de radio-uitzending — €130.000 versus €10.000 per patiënt — vertaald naar nationale schaal.

In datzelfde jaar antwoordde Minister Bruno Bruins op een Kamervraag met een zin die ons woedend maakte:

“Er is niet zoiets als leefstijlgeneeskunde.”

Hanno en Ben schreven een open brief. Direct. Onverbloemd:

“Welnu, u bent verkeerd geïnformeerd. Pillen genezen type 2 diabetes nooit, maar leefstijl wel.”

Later dienden we samen een commentaar in op de Richtlijnen Goede Voeding van de Gezondheidsraad. We wezen op de resultaten van koolhydraatbeperking. Op de studies van Virta Health — het bedrijf van Steve Phinney. Op de meta-analyses.

De Gezondheidsraad wees het af. “Buiten de inclusiecriteria.”

Ze zeiden niet dat het niet werkte. Ze zeiden dat ze de studies die bewezen dat het werkte, niet hadden meegenomen. Als je wilt begrijpen hoe verwarrend die wetenschappelijke tegenspraak kan zijn, lees dan welke professor je moet geloven.

Ben reageerde met de koelbloedigheid van een wetenschapper. Niet boos. Vastberaden. Hij wist dat paradigma’s niet van de ene dag op de andere verschuiven. Dat je moet blijven publiceren. Blijven bewijzen. Blijven bouwen.


Deel 4: Van Blauwdruk naar Bouwwerk

Hoofdstuk 10: Het Bouwplan

Ben schreef de blauwdruk. Iemand moest het bouwen.

In april 2018 vertaalde ik Ben’s visie naar een plan van aanpak. Vier lagen: voorlichting, community’s, software, fysieke leefstijlcentra. Geen subsidieaanvragen. Geen jarenlang vooronderzoek. Gewoon beginnen.

Hoofdstuk 11: Smart Health Communities

Wat groeide paste in geen bestaand hokje — tot Deloitte het concept “Smart Health Communities” beschreef. Empowerment, community, technologie, data, nieuwe ecosystemen. Het bleek precies wat Ben in 2017 had beschreven. En precies wat we al aan het bouwen waren. Het had alleen nog geen naam.

Hoofdstuk 12: Het Perron

Ben’s review beschreef “regionale ecosystemen” als de sleutel. In Helmond bouwden we dat ecosysteem. GezondHelmond — wandelgroepen, beurzen, workshops, het Elkerliek Ziekenhuis met Lampie. EenVandaag kwam filmen.

En op een dag kwam Ben naar Helmond.

Ik haalde hem op van het station. Hij stapte uit de trein met die typische Ben-blik — vriendelijk, nieuwsgierig, een beetje afwachtend. Geen groot gebaar. Geen toespraak. Gewoon een man met een rugzak die kwam kijken.

We stonden samen op het perron. De intercity naar Leiden vertrok achter ons. Ik maakte een foto. Twee mannen, lachend, duimen omhoog. De architect en de bouwer. De systeembioloog van TNO en de IT’er uit Helmond. Op het perron van een stad waar het woord “leefstijlgeneeskunde” vijf jaar eerder nog niet bestond.

Ben zei niet veel. Dat doet hij nooit. Hij keek. Hij luisterde. Hij stelde vragen. Hoe werken de supportgroepen? Hoe meet je de resultaten? Hoeveel mensen doen mee?

Ik liet hem de ZWEM-data zien. De wekelijkse metingen. De grafieken. De mensen achter de cijfers.

En toen zag ik iets op zijn gezicht dat ik niet vaak zie bij wetenschappers. Geen verrassing — hij wist dat het kon werken, hij had het zelf beschreven. Maar wel herkenning. De herkenning van een architect die voor het eerst door het gebouw loopt dat hij op papier heeft ontworpen. Die ziet dat de muren staan. Dat het dak niet lekt. Dat er mensen wonen die er gelukkig zijn.

Dat moment — op dat perron, in die stad — was de bevestiging dat de blauwdruk werkte. Niet in theorie. In het echt.


Deel 5: De Missing Piece

Hoofdstuk 13: “Bijna Allemaal”

Ga terug naar die radio-uitzending in 2017. Luister nog eens naar wat Ben zei:

“De technologieën zijn er bijna allemaal.”

Bijna.

In 2017 was er geen AI zoals we die nu kennen. Geen taalmodellen die een gesprek konden voeren. Geen systemen die duizenden vragen konden beantwoorden in elf talen. Geen multi-agent architecturen die vanuit meerdere perspectieven konden analyseren.

Ben beschreef in zijn review een “levensgezel” — een geïntegreerd begeleidend systeem. Hij beschreef het in detail:

“Een interactie met deze levensgezel moet geminimaliseerd worden zodat deze enkel essentiële meldingen doet die aangepast zijn op de kennis van de gebruiker.”

Hij beschreef kunstmatige intelligentie. Momentopnamen. Aangepaste interventies. Persoonlijke gezondheidsmonitoring.

In 2018 was dat science fiction. In 2024 is het Lampie. In 2026 bouwen we AI als partner in de gezondheidszorg.

Hoofdstuk 14: De Technologieën Zijn Er

In augustus 2024 lanceerden we Lampie — een AI-leefstijladviseur die meer dan 13.000 vragen beantwoordde in 11 talen. Het systeem dat Ben beschreef — een coach die mensen ondersteunt als ze afzakken — was werkelijkheid geworden. Zeven jaar na die radio-uitzending.

Ben’s “levensgezel” uit 2018 is niet langer theorie. Het draait. Elke dag.

De missing piece — AI — heeft alles compleet gemaakt. De technologieën zijn er nu niet bijna allemaal.

Ze zijn er allemaal.


Deel 6: De Bekroning

Hoofdstuk 15: Het BMJ Paper

In november 2025 publiceerden onderzoekers van het LUMC een studie over onze community in BMJ Nutrition, Prevention & Health.

De titel was onze naam:

“Your Lifestyle As Medicine: the impact of a citizen initiative for people with type 2 diabetes using peer coaching and self-management”

De resultaten van 232 deelnemers. 31.621 datapunten. Zes jaar data.

UitkomstVrouwenMannen
Gewichtsverlies (1 jaar)-7,2 kg-7,4 kg
Buikomvang (1 jaar)-8,9 cm-8,5 cm
HbA1c (1 jaar)-14,5 mmol/mol-9,1 mmol/mol
Nuchter glucose (1 jaar)-1,15 mmol/L-0,49 mmol/L

Na drie jaar nog steeds significant: 6,5 tot 7,9 kilo lichter.

En de conclusie:

“Citizen initiatives using peer coaching and self-management could support people with T2D in achieving and maintaining substantial, clinically relevant improvements in metabolic health.”

Citizen initiatives. Burgerinitiatieven. Zonder medische supervisie. Schaalbaar. Betaalbaar. Bewezen.

In mijn artikel over Hanno beschreef ik dit paper als de bekroning van tien jaar samenwerking. Maar het is meer dan dat. Het is de wetenschappelijke validatie van Ben’s blauwdruk.

Alles wat Ben in 2018 beschreef — peer coaching, zelfmanagement, eHealth, community-gedreven interventies, datagedreven monitoring — het staat nu in het BMJ. Bewezen. Gepubliceerd. Geciteerd.

Van blauwdruk naar bewijs.

En er staat iets in dat paper wat bijzonder is. In de beschrijving van de strategieën die deelnemers gebruiken:

“Shared strategies include low-carbohydrate or ketogenic diets, elimination of ultra-processed foods and different types of fasting.”

Ketogene diëten. Precies de aanpak die ik in 2015 gebruikte om mijn diabetes om te keren. Dezelfde aanpak die Ben en Hanno toen nog niet volledig omarmden. Dezelfde aanpak waarvan we bij de Gezondheidsraad bewijs aandroegen dat door hen “buiten de inclusiecriteria” werd verklaard.

Nu staat het in het BMJ.

Hoofdstuk 16: De Cirkel

Op 20 maart 2026 vindt in Leiden het symposium “Zorg van de Toekomst” plaats. De aanleiding: het afscheid van Ben van Ommen en Hanno Pijl. De founding fathers van Lifestyle4Health.

Ik ben uitgenodigd als spreker. In een panelgesprek met andere experts over de toekomst van de zorg buiten de spreekkamer.

Drie maanden later, op 10 juni 2026, sta ik op het podium van de Economist Impact Summit in Brussel. Ik schreef er al over in Beyond the Scale. Het thema: “Economics of Obesity and Metabolic Health.” Mijn panel: “Beyond the Scale — Behaviour Change for Lasting Weight Loss.”

Lifestyle advice and behavioural nudging. Digital tools. Artificial intelligence. Funding the technology. De vragen van dat panel lezen als Ben’s review uit 2018, woord voor woord:

  • “How can digital tools make lifestyle changes stick?” — Ben schreef over eHealth en mHealth. Wij bouwden Lampie.
  • “What role can artificial intelligence play in tackling obesity?” — Ben beschreef een “levensgezel” die essentiële meldingen doet. Wij bouwen AI-systemen die dat doen.
  • “Who will fund the technology?” — Ben’s kernvraag: “Als niemand geld verdient aan gezondheid, komt de transitie niet.” Dat is precies wat we in Brussel gaan bespreken.

En naast mij op dat podium: Adam Wolfberg. Chief Medical Officer van Virta Health. Het bedrijf van Steve Phinney — de man wiens boek mij in 2015 inspireerde. De man die op de foto staat met Ben en Hanno op het eerste leefstijlcongres.

Het contrast is veelzeggend. Virta Health heeft $240 miljoen aan funding opgehaald. Medische supervisie. Commercieel model. Amerikaanse markt. JLAM draait op een budget van €400.000 per jaar. Peer coaching. Geen medische supervisie. Burgerinitiatief. En vergelijkbare resultaten — gepubliceerd in het BMJ.

De oplossing hoeft niet duur te zijn. Dat was Ben’s punt al in 2017.

En het is niet alleen een Nederlands verhaal. Diabetes type 2 treft 60 miljoen Europeanen. De kosten: meer dan €150 miljard per jaar. Het JLAM-model is bewezen, schaalbaar via AI — Lampie spreekt al 11 talen — en kost een fractie van wat het huidige systeem verslindt. De vraag is niet óf het werkt. De vraag is waarom we het niet al op continentale schaal doen.

De cirkel is niet alleen rond. De cirkel spiraleert omhoog.

Een wetenschapper schreef de blauwdruk. Een dokter gaf het hart. Een IT’er bouwde het. En 21.000 actiënten bewezen dat het werkt.

Van de 3% bliksemschicht naar de 97%.

Van blauwdruk naar bewijs.


Epiloog: De Architect

Ben van Ommen is geen man van de voorgrond. Hij zoekt geen podium. Hij schrijft geen emotionele blogs. Hij treedt niet op in talkshows.

Ben is een architect. En architecten zijn onzichtbaar in het gebouw dat ze ontwerpen. Je ziet het gebouw. Je ervaart de ruimte. Je voelt dat het klopt. Maar je denkt niet aan de man die het tekende.

Ik wel.

Ik denk aan de man die in 2017 op de radio zei: “Ze zijn omkeerbaar.” Die een getal noemde — 3% — en daarmee de missie definieerde. Die €130.000 versus €10.000 berekende en daarmee de urgentie bewees. Die zei: “We willen een systeem bouwen.”

Ik denk aan de man die in 2018 de blauwdruk publiceerde. Die als eerste auteur zijn naam verbond aan een visie die het hele zorgsysteem uitdaagde. Die schreef over levensgezel-systemen en coöperaties voor gezondheidsdata en nieuwe ecosystemen — terwijl de meeste wetenschappers nog spraken over dosis-responsrelaties.

Ik denk aan de man die in 2019 naast professors en een IT’er uit Helmond zijn handtekening zette onder een open brief aan een minister. Die niet terugdeinsde.

En ik denk aan de man die naar Helmond kwam. Die op het perron stond en keek naar wat er was gebouwd. De architect die zijn eigen blauwdruk in het echt kwam bekijken.

Ben was zijn tijd vooruit. Hij beschreef in 2018 wat pas in 2024-2026 technisch realiseerbaar werd. De AI. De multi-agent systemen. De levensgezel die hij beschreef. Het is er nu allemaal.

De blauwdruk staat. Het gebouw verrijst.

En het gebouw heeft geen naambord. Geen architect’s signature. Dat past bij Ben. Hij heeft het nooit om de erkenning gedaan.

Maar hier, in dit artikel, wil ik het expliciet zeggen:

Zonder Ben’s blauwdruk had ik niet geweten wát ik moest bouwen. Zonder zijn review had ik geen taal gehad voor wat ik al aan het doen was. Zonder zijn berekeningen had niemand geluisterd.

Hanno daalde af naar de mensen. Ben steeg op naar het systeem. En ergens daartussenin — in de ruimte tussen hart en hoofd, tussen spreekkamer en laboratorium, tussen emotie en architectuur — ontstond iets dat groter was dan wij drieën apart.

Een beweging. Een bewijs. Een blauwdruk die werkelijkheid werd.


Ben van Ommen en Hanno Pijl nemen afscheid op het symposium “Zorg van de Toekomst” op 20 maart 2026 in Leiden. Dit artikel is geschreven als eerbetoon aan Ben’s bijdrage aan alles wat we samen hebben gebouwd.


Meer lezen